Volgens het Scandinavische principe: ‘Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding.’

Gedurende het hele jaar spelen wij een groot deel van de dag buiten. We maken bewust de seizoenen mee en ervaren het weer en de natuur. Daarbij krijgen de scharrelkinderen de ruimte. Meestal moeten ze na een opvangdag wel echt in bad 😉

  • Zomer; Met de blote voetjes op het gras, vogels horen fluiten, proeven van alles wat in de tuin groeit en bloeit, hutten bouwen, luieren in de zon, kriebelbeestjes zoeken, vangen en bestuderen, een regendans doen in een zomerse bui,  maïs uit het veld plukken en lospeuteren, kruidenblaadjes wrijven tussen je handen, slakken zoeken en bekijken …
  • Herfst; Bladeren horen ritselen in de bomen en harken van de grond, noten en dennenappels verzamelen, spelen met de wind, volop knutselen met materiaal uit het bos, regen op je wangen, hagelstenen vangen, regenkleding en laarsjes aan, huppakee naar buiten gaan, door de plassen dat het spat, heksensoep …
  • Winter; Snowboots en skipakjes, frisse wangen, rode neus, buiten ijsblokjes maken en binnen weer ontdooien, sneeuw opvangen en zien veranderen, sneeuwballen sneeuwpoppen, glijden over ijs, sporen maken en vergelijken in de sneeuw, voederplekken voor de vogels …
  • Lente; Zaadjes planten, genieten van de eerste lentezon, boeketje wilde bloemen plukken, dierenjongen verwelkomen, kuikens uitbroeden met onze eigen broedmachine, kikkerdril vangen en kijken hoe het kikkers worden, luisteren naar de zingende merels, plantjes water geven met een gieter, pluisjes van paardenbloem blazen, vogels tellen … 

De natuur werkt als een gezonde leer- en speelomgeving en blijkt dezelfde werking te hebben als kalmeringsmedicatie.

– Richard Louv, journalist en schrijver van o.a. ‘Het laatste kind in het bos’ 

De  laatste tien jaar is steeds duidelijker geworden dat directe, lijfelijke ervaringen met de natuur bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van kinderen. Onderzoekers stelden vast dat het buiten zijn in een natuurrijke omgeving bijdraagt aan hun lichamelijke gezondheid, hun bewegingskwaliteiten en de ontwikkeling van hun creativiteit. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van hun denken (probleemoplossend vermogen), sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Het zijn in de natuur ontspant en kinderen leren in hun spel ook veel over de natuur. 

– Kees Both, onderwijs- en natuurpedagoog